Richard Cress: de geest van Psychopolis

In 1971 ben ik, op zoek naar een kunstopleiding die bij me paste, min of meer per toeval op de Vrije Academie terecht gekomen. Vanaf de start was het een boeiende ervaring, omdat mijn verwachtingen aangaande kunstonderwijs en de werkelijkheid van Psychopolis nogal uiteen liepen.

En het adviesgesprek met George Lampe was zeker een boeiende ervaring, zij het ook wat verwarrend omdat het in niets leek op de meerdaagse selectierondes zoals die op reguliere academies gehouden werden. Kunst is een breed begrip, zoveel heb ik er wel van onthouden, en bij George Lampe was het zelfs een begrip zonder grenzen, tenzij je die grenzen zelf wilde stellen. Het ontdekken van die grenzen, daar kreeg ik alle gelegenheid toe, en dat heb ik geloof ik ook wel ten volle benut. Beeldhouwen in zandsteen bij Rudi Rooyackers, schilderen bij Jan Sierhuis, Kunstkritiek bij Jan Juffermans en nog heel wat meer, want De Vrije Academie had heel wat te bieden.

Maar vooral toch vrij schilderen in een grote ruimte waar nooit veel meer dan 5 personen werkten. Wil Bouthoorn was de begeleider en een zachtmoediger docent heb ik niet meer gehad, inlevend en begripvol voor alles wat je als leerling/deelnemer produceerde. De Aubrey Beardsley-achtige tekeningen van Jeroen, de ragfijne potloodtekeningetjes van Paul, de abstracte olieverven van Hans op een doek van 2×4 meter, ze waren hem alle net zo lief als mijn eigen Haagsche School-achtige probeerseltjes, ontstaan uit een behoefte waarvoor hij, de abstract-expressionist, gezien mijn leeftijd (zoals hij zei) alle begrip had en waarvoor hij me ook nog wat nutttige wenken meegaf teneinde het beoogde effect te bereiken.

Als 18-jarige miste ik wellicht toch de structuur en zelfdiscipline om verder te komen. Ik ben dan ook na een jaar overgestapt naar een reguliere academie, waar ik het 6 jaar heb uit gehouden.

Tekenen, vormgeving, materiaalkennis heb ik daar geleerd. Maar de essentie van kunst, het bevrijdende, verrassende, blijmakende gevoel van wat kunst bij je kan teweegbrengen, als amateur of professional, als kunstenaar of als beschouwer, dat is me toch echt meegegeven in dat ene jaar op de Vrije Academie.

Terugkijkend op die korte maar voor mij belangrijke periode, heeft Psychopolis me vooral het besef bijgebracht dat niets is wat het lijkt. Het was geestverruimend, grenzen verleggend en barrières doorbrekend, en ook zonder curriculum en exameneisen was de Vrije Academie daarmee een kunstopleiding en instituut voor zelfanalyse tegelijk. Want die grenzen en beperkingen, George Lampe gaf het me bij aanvang al mee, liggen in je zelf.

Foto’s of werk uit die tijd heb ik nauwelijks meer, de geest van Psychopolis is me echter altijd bijgebleven.