Rear Window

Lange Voorhout 58

Ik sta voor het raam waar eerder studenten van de Vrije Studio, de voorloper van de Vrije Academie in 1938 hebben staan uitkijken over het Lange Voorhout. In de pauzes tussen het tekenen en schilderen van het model – dat achter hen even een kamerjas aantrekt om een sigaret te roken en de benen te strekken – moeten die studenten daar ook gestaan hebben…

De kunstenaars in spé, uitkijkend over het Lange Voorhout, denken over hun werk dat achter hen wacht op de ezels. Zij dromen over hoe hun tekening van het model vanaf die ezel in een galerie terecht zal komen en zij op zijn minst gezien of liever nog beroemd worden.

Het blijft een wonderlijk schouwspel: iemand kleedt zich uit – meestal een vrouw en als het man is, denk je of dacht je als (mannelijk) kunstenaar: konden ze geen vrouwelijk model vinden? – en vervolgens neemt de schilder zijn penseel ter hand, de tekenaar zijn houtskool of potlood H of HB afhankelijk van de gewenste hardheid. Wat gebeurt daar?

Vrije Studio 1933
Vrije Studio 1933

Niemand die zich verwondert over het penseel in de hand van de kunstenaar of over de vrouw den wel man die haar of zijn lichaam laat zien en zich laat plooien als een doek op een podium, als deel van een stilleven of kunstzinnig ritueel. Waarom wordt dat model getekend of geschilderd?

Om de vorm van het menselijk lichaam te kunnen bestuderen, luidt dan het ontnuchterende antwoord. Is dat niet iets dat onderwezen worden op school, vraag je je dan af want in het echte leven kan deze kennis goed van pas komen?

Waarom is dit voorbehouden aan kunstenaars of kunstenaars in opleiding? Is hun blik vrij van begeerte omdat het hun gaat om schoonheid die de lust te boven gaat of een sublimatie is van die lust? En wat is het verschil tussen het ‘gewone leven’ en de kunst?

Laat ik het anders benaderen: waarom zou je na eeuwen hetzelfde patroon het model tekenen nog handhaven, als de kranten dagelijks volstaan met misbruik in alle geledingen van onze maatschappij? Op zijn minst zou je dit soort gedachteloze herhalingen eens moeten doorlichten op zijn merites. Zeker als kunstenaar behoor je toch voorop en niet achteraan te lopen met je denkbeelden, met je visie?

Wat Nol Kroes in zijn beelden betekende voor zijn tijd (de tijd van Vrije Academie) of Jan Cremer in woorden, heeft een houdbaarheidsdatum met betrekking tot het onderwerp, de thematiek maar misschien eeuwigheidswaarde of een verlengde houdbaarheidsdatum waar het gaat over de manier waarop dat verbeeld of in woorden gevangen is.

En daarmee betreden we het oneindig grote gebied waar omheen waarschuwingsbordjes staan maar ook onze vrijheid ligt. Ik denk dat dat het hoofdthema van de Manifestatie zou moeten zijn en karakteristiek voor wat Psychopolis in de jaren zestig en zeventig heeft betekend: ‘het gevoel en het beeld’.

Door Paul de Mol

Meer blogs lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *