Een knalgele Matra Bagheera versus een lelijk eendje zonder rem

Ik zie die knalgele Matra Bagheera van Egbert de Bruijn nog stoppen voor mijn deur in de Bankastraat. Daar moet je mee op Zandvoort gaan rijden, dacht ik gelijk. Hij was laag en breed. Je kon met zijn drieën voorin zitten. Er was geen ruimte voor een achterbank. Alles was opgeofferd aan de stroomlijn van de auto om er de maximale snelheid uit te halen. Ik had nog nooit zo dicht op het asfalt gezeten. Echt gemakkelijk zat het niet, herinner ik me nu ruim vijftig jaar later nog.

Egbert gaf fotografie op de Vrije Academie in die tijd. Hij symboliseerde voor mij hoe fotograferen eigenlijk moest. Hij had veel gevoel voor licht en de technische kant van het medium. Ik wilde dat ook kunnen maar zat daarvoor te anders in elkaar. Als ik al een camera op statief had weten te schroeven, dan nog wist ik het voor elkaar te krijgen om met camera en statief op de loop te gaan. Ik was gewoon niet te houden.

Maar ik vond het prachtig hoe Egbert erbij zat achter een camera: hem nam je serieus. Zo hoorde het. Ik was naar iets op zoek, had niet de rust om te denken over hoe ik iets in beeld wilde brengen. Ik moest het voelen waar ik mijn camera op moest richten.

Alleen de handrem deed het

Het verschil tussen Egbert en mij betrof niet alleen het omgaan met een camera maar werd ook zichtbaar door de auto’s waarin we reden. Mijn eerste auto – in die tijd gekocht voor 50 gulden – was een lelijke eend, de roepnaam van een bepaald type Citroën. Hij was zo goedkoop omdat naast de motor alleen de handrem het deed. Maar dat was een zorg voor later.

Omdat onze zienswijzen zo verschillend waren, vroeg ik mij af of deze twee uitersten te combineren waren. Ik heb Egbert destijds gevraagd samen met mij bepaalde scenes te draaien voor mijn speelfilm Murw (uitgebracht in 1978). Ik denk er met veel plezier aan terug maar film en fotografie bleken werelden op zich, die zich niet zomaar met elkaar laten verenigen.

Ambacht én concept

Het mooie is dat op de Vrije Academie zowel het ambachtelijke van een kunstdiscipline als het concept, de mentaliteit wat te doen met een medium, mogelijk was. Er was geen sprake van een dominante visie over ‘hoe je eigenlijk iets zou moeten maken’. Het was er echt vrij.

Door Paul de Mol

Meer blogs lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *